inleiding van de tentoonstelling

Dames en heren, welkom.

U zal zich afvragen wie ik ben en waarom ik hier een inleiding mag geven. Wel, mijn aanwezigheid heeft alles te maken met het feit dat ik regelmatig een vlinderdasje draag.
Deze zes sympathieke dames zochten een kunstcriticus of een politicus of een journalist met een vlinderdasje. Maar geen van hen kon zich vrijmaken, u weet wel, een overvolle agenda.
Ik vermoed echter dat het eerder te maken heeft met het feit dat geen van hen de basisboodschap van de dames in zijn speech wou verwerken. De basisboodschap zijnde: “zorg dat ze hun portemonnee boven halen”.

Ik kom seffens nog terug op die portemonnee. Eerst wou ik met jullie enkele gedachten wisselen over wat we hier vanavond meemaken.

De kunst van het schrijven heeft de kunst van het lezen nodig.
De kunst van het componeren veronderstelt de kunst van het luisteren. Schilderen vraagt om kijken, beeldhouwen om voelen.
Bij elk kunstwerk ontstaat een raakpunt tussen de creatieve daad en tussen… tussen wat?
Wij die kijken en luisteren en voelen, wat is onze rol? Wij zijn de humus waar plantjes in kunnen groeien. Geen plant zonder voedingsbodem, maar ook geen bodem zonder plantjes, want dan zijn we woestijn.

Ik maak even een zijsprong. De grootmoeder die voor haar kleinkind een truitje breit is ook creatief bezig. Als het truitje af is, en het past, en de kleurtjes zijn mooi, dan is haar werk geslaagd en de grootmoeder is terecht fier. Maar dat truitje wordt gewoon bekeken als truitje en niets meer. En de grootmoeder kan fier zijn zonder complexen.

Vanavond zien wij producten die ook het resultaat zijn van creatief werk, maar onze dames durven niet zo ongegeneerd staan glunderen als die grootmoeder.
Waarom niet?
Omdat wat zij maken geen truitje is, niets utilitairs, maar objecten die als kunstwerk worden aangeboden.
En dat woord kunstwerk is zo beladen, doet zo direct denken aan Picasso en Giacometti, dat het niet anders kan dan dat onze dames hun werk met enige schroom aanbieden. Schroom en wat angst voor de kritische blik.

Maar voor mij is hun schroom volledig overtollig. Zij maken goed werk, werk van nu, dat ontstaan is tussen mensen van hier en nu. En wij als kijker, wij krijgen vanavond de gelegenheid om te genieten, om te kijken, kritisch ook, maar steeds mild.
We moeten mild kijken omdat deze dames, en andere kunstenaars van onder ons, werken zonder pretentie. Zij doen gewoon wat ze doen, met aandacht en zorg, met liefde, en als het voor u soms eerder artisanaal lijkt, dan is het zonder twijfel artisanaal werk aangeraakt door poëzie.

Wij hebben geen Jan Hoet nodig om uit te leggen hoe goed Ai Wei Wei is, we hebben geen kenners nodig die ons bezweren dat elke lijn van Picasso een onvergetelijke lijn is.
Zulke internationale kunstenaars, die voor mij dikwijls trekjes hebben van een commerciële onderneming, zulke kunstenaars kunnen maar bestaan als er een heel substraat bestaat van lokale kunstenaars die eenvoudig en sober hun ding doen.

En wat die portemonnee betreft. Ik spreek voor mezelf. Ik kan me geen schilderij van Luc Tuymans veroorloven, of geen sculptuur van Rik Poot, maar ik heb wel een prachtige litho van Rik Poot, en een van Felix De Boeck, en van anderen. En van verschillende van deze dames heb ik werken gekocht voor mezelf of als geschenk.
Ik heb steeds geloofd in het kopen van actuele kunst van mensen van hier.
Want als wij, de kunstenaars van het kijken en luisteren, als wij humus zijn, dan moeten we onze plantjes ook voeden.

En met deze wijsheid wil ik jullie uitnodigen om verder te genieten van een drankje, een babbel en vooral van het werk dat hier gepresenteerd wordt.

Jan Mariën

Leave a Reply